Kenmerken van een bedrijfshypotheek
| Kenmerk | Gebruikelijk |
|---|---|
| Financiering | Doorgaans 60–80% van de marktwaarde |
| Looptijd | 10 tot 20 jaar, soms langer |
| Aflossing | Lineair of annuïtair; bij beleggingspanden soms deels aflossingsvrij |
| Rente | Variabel of vast voor 1, 5, 10 jaar of langer |
| Zekerheden | Hypotheekrecht op het pand, vaak verpanding van huur, soms borgstelling |
Lineair of annuïtair aflossen?
Bij lineair aflossen los je elke maand hetzelfde bedrag af. Je maandlast is in het begin hoger en daalt daarna. Bij annuïtair aflossen betaal je een vaste maandlast; in het begin is het rentedeel groot. Banken kiezen bij bedrijfspanden vaak lineair, omdat de schuld dan sneller daalt.
Rekenvoorbeeld: bedrijfshypotheek € 400.000
- Looptijd
- 15 jaar
- Rente (aanname)
- 5,25%
- Maandlast annuïtair
- € 3.216
- Eerste maandlast lineair
- € 3.972
- Aflossing per maand lineair
- € 2.222
Rekenvoorbeeld, alle bedragen indicatief. Werkelijke voorwaarden verschillen per financier en dossier.
Waar letten wij op bij het vergelijken?
- Rente én opslag: een lage instaprente met een hoge opslag bij herziening is geen koopje.
- Boeterente bij vervroegd aflossen of verkoop.
- Convenanten: eisen aan je solvabiliteit, rentedekking of LTV gedurende de looptijd.
- Herwaardering: mag de financier tussentijds opnieuw laten taxeren en de voorwaarden aanpassen?
- Persoonlijke borg: hoe hoog, en hoe lang?
Heb je al een bedrijfshypotheek en loopt je rentevaste periode af? Begin ruim een half jaar vooraf met vergelijken. Zie vastgoed herfinancieren.